Leren zoeken naar zittende of liggende slachtoffers

Door de training met de zoekhonden ontstaat een hechte band tussen baas en hond. Hierdoor is de hond bereid om zich in moeilijke en zelfs gevaarlijke omstandigheden te begeven. Tijdens trainingen brengt de geleider de hond in de meest vreemde situaties. Zo leert de hond zijn weg te zoeken op grof puin, in het bos, in grote vlaktes. Hij leert slooppanden, donkere kelders, fabrieken, maar ook kantoorgebouwen af te zoeken naar zowel levende als overleden slachtoffers.

De hond leert onderscheid te maken tussen gewone "passanten" en echte slachtoffers. Hij negeert staande of wandelende mensen, fietsers e.d. Hij leert zelfstandig te werken, zijn eigen neus te volgen en hoe hij zijn baas kan waarschuwen. Zó wordt de hond voorbereid op zijn werk!

Dutch RescueDogs heeft 6 inzetbare zoekhonden met geleiders.

Met je hond aan het werk bij de Dutch RescueDogs?

Bij de Dutch RescueDogs zijn we op zoek naar gemotiveerde mensen met dito hond. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar een Mechelse herder of Mechelse herder-Hollandse herderkruising. Denk je wekelijks mee te kunnen trainen in weer en wind, wil je de hond een uitdaging bieden, heeft je hond het doorzettingsvermogen en de motivatie om hard aan het werk te gaan, dan is de zoekhondentraining van de DRD misschien wel iets voor jou!

Hoe gaat dat dan in zijn werk?

voorselectie

Voorselectie wordt in eerste instantie gedaan door de trainer. Ziet hij potentie in de combinatie hond - hondengeleider, dan kom je in aanmerking voor een basisopleiding van drie maanden. Na 3 maanden volgt er een evaluatie. Daarbij zijn er 2 mogelijkheden; je krijgt een herkansing van 3 maanden met wederom een evaluatie, of je mag door naar de inzet-training en wordt toegelaten als aspirant-lid.

inzettraining als aspirantlid

De inzettraining kan wel twee jaar duren. Dit hangt af van de ontwikkeling van hond en team. Tijdens het aspirant-lidmaatschap dien je zelf voor trainingsmaterialen te zorgen, o.a tuig/lijn e.d voor de hond, andere trainingsmaterialen voor de hond, veiligheidsschoenen voor de puintrainingen (een veiligheidshelm hebben we in bruikleen). Wat betreft trainingskleding heb je materiaal nodig voor alle seizoenen die bestand zijn tegen extreme omstandigheden zoals puinlocaties en dichte bebossing met bramenstruiken. In eerste instantie is de lokale dumpzaak perfect om geschikte trainingskleding aan te schaffen.
Pas na het volgen van de inzettraining kun je dmv het behalen van het inzetexamen van de DRD officieel lid worden.

officieel lid

Word je geaccepteerd als aspirant lid bij de DRD, dan kun je trainingskleding met DRD-logo en andere trainingsmaterialen tegen een gereduceerde prijs aanschaffen. Word je inzetbaar, dan krijg je de speciale inzetkleding van de Dutch RescueDogs.

NB

De hond moet fysiek in goede gezondheid verkeren i.v.m de zware fysieke belasting op o.a puintrainingen. Bij twijfel dien je de hond te laten controleren door een gespecialiseerde dierenarts en bewijs van gezondheid te leveren. Fysieke condities die een probleem kunnen zijn bij het reddingshondenwerk zijn o.a elleboogdysplasie, hartafwijkingen, rugproblemen en andere serieuze problemen van het bewegingsapparaat.

Dutch RescueDogs probeert met het trainen van de honden de lat steeds hoger te leggen. Niet met het doel de beste te worden, maar om ons steeds te verbeteren en ervaringen te delen met andere groepen. Op die manier hopen we het reddingshondenwerk te stimuleren. Niemand heeft de wijsheid in pacht en wij zeker niet, maar door vaak samen te werken kunnen we daar allemaal van profiteren.

Inzetexamen

Onze teams moeten, om inzetbaar te worden, een inzetexamen afleggen. Als het inzetexamen gehaald wordt, is men inzetbaar voor de betreffende discipline. Deze test moet elke drie jaar opnieuw afgelegd worden (voor de details zie het reglement van het betreffende inzetexamen).

Examengeld

Het examengeld voor een inzettest bedraagt € 25,= Indien het examen met een positief resultaat wordt afgesloten, ontvangt de kandidaat een inzetgeschiktheidscertificaat van de Dutch RescueDogs, welke 3 jaar geldig is na dagtekening. Na 2,5 jaar kan dan voor € 10,= opnieuw examen gedaan worden, om het certificaat geldig te houden.

Eigen uitrusting

Teams die zich aanmelden voor de test moeten zelf zorgdragen voor de benodigde uitrusting, behalve gebruik van een portofoon en GPS, welke door ons geregeld worden. (Let wel, de GPS dient enkel voor het vastleggen van de gelopen tracks en heeft geen kompasfunctie.)

    (noot: zodra voorwaarden voor het inzetexamen voor puin/gebouwen gereed is, wordt deze ook op de site vermeld.)

Reglement Inzetexamen Vlakte (levend) Dutch RescueDogs

DOEL

Het zoekteam (geleider/hond) moet m.b.v. kaart en kompas een bosrijk gebied van 6-8 ha met onbekend aantal slachtoffers afzoeken en uiteindelijk vrij geven. Beschikbare tijd: maximaal 90 minuten. overschrijding van de tijdslimiet wordt doorgegeven aan de C.P. (Uiteindelijk bepaald de C.P. in hoeverre overschrijding van de tijdslimiet toegestaan wordt.)

C.P (CENTRALE POST)

Het zoekteam meldt zich bij aanvang van de inzet-test bij de C.P. Daar wordt hij voorgesteld aan zijn observator/keurmeester tijdens het zoekwerk. De geleider wordt een kaart van het zoekgebied overhandigd, een portofoon en een GPS. Tevens krijgt de geleider een briefing van de C.P. over de uitvoering van de inzet-test.

OBSERVATOR/KEURMEESTER

De observator/keurmeester wordt bij de planning van de inzet-test aangewezen door de trainer van inzetgerichte-trainingsgroep. Deze observator moet een onafhankelijk persoon zijn met ruime ervaring binnen de reddingshondenwereld. De functie van de observator is het begeleiden en beoordelen van het zoekteam tijdens het zoekwerk, maar hij/zij stelt zich terughoudend op, aangezien de C.P. de centrale rol in de communicatie met het zoekteam vervuld. De observator neemt kennis van het gedrag van de hond bij een eventueel gevonden slachtoffer en draagt zorg voor het gevonden slachtoffer, nadat de geleider aangegeven heeft gereed te zijn.

HET ZOEKGEBIED

De geleider krijgt van de C.P. een kaart uitgereikt van het zoekgebied. Dit zoekgebied is verdeeld in 4 sectoren. In het zoekgebied zijn een onbekend aantal slachtoffers verstopt. De geleider vermeld op de kaart de windrichting, een schatting van de windkracht, temperatuur en een omschrijving van de weersomstandigheden. Bij het vinden van eventuele slachtoffers wordt aangegeven op de kaart in welke sector het slachtoffer is gevonden. Tevens wordt op de GPS de vindplaats gemarkeerd.

WERKWIJZE EN UITRUSTING VAN GELEIDER
  • De geleider zal in de volgende uitrusting moeten verschijnen: stevig schoeisel, stevige handschoenen, notitieboekje + pen/potlood, kompas, pufje/bellenblaas voor bepalen windrichting, water voor de hond.
  • De geleider moet bekend zijn met het gebruik van portofoonverkeer en het NAVO-spellingsalfabet.
  • De geleider zal door zijn manier van werken duidelijk moeten maken dat hij ruime kennis en ervaring heeft van het vlakte zoeken en de mogelijkheden van zijn hond kent. Dit zal beoordeeld worden door de observator aan de hand van het zelfvertrouwen en samenwerking dat het team uitstraalt en aan de hand van de conditie en stressbestendigheid van de geleider.
  • De geleider moet melding maken aan de C.P. telkens als hij/zij begint met het zoekwerk.
  • De geleider dient echter te wachten op het teken van de observator alvorens te beginnen. Als er een slachtoffer wordt gevonden wordt dit gemeld aan de C.P. en volgt de geleider daarbij de instructies op van de C.P.
  • Indien de geleider aangeeft dat zijn hond verwijst en dit blijkt verleiding te zijn, wordt de combinatie afgewezen.
ZOEKWERK HOND

De hond dient temperamentvol, aanhoudend, op gepaste afstand, zelfstandig te zoeken en te verwijzen, wel is het toegestaan dat de geleider de hond een moeilijk begaanbaar gebied instuurt. De hond dient te tonen dat hij in een moeilijk begaanbaar gebied kan werken en dat hij bovendien onder controle van de geleider is! De hond mag geen fysiek geweld gebruiken bij het slachtoffer ( het slachtoffer bijten, zwaar aanstoten of hap uit kleding nemen). Indien de hond fysiek geweld laat zien rondom het slachtoffer worden er punten afgetrokken (in takken of zeiltje happen).
De hond mag niet verwijzen op verleiding (bijv. wild, voedsel, valse verstekken).

VERWIJZEN

Alle slachtoffers moeten gevonden en zelfstandig verwezen worden!! Honden die bij het slachtoffer komen en/of binnen een straal van 50 cm van het slachtoffer komen moeten dit slachtoffer op de vooraf aan de keurmeester aangegeven wijze verwijzen. Gebeurt dit niet dan leidt dit direct tot afwijzen van de combinatie.
Voordat de geleider op de verwijzing ingaat moet hij dit aan de begeleider duidelijk maken!!.

BLAFFEN

De hond dient aanhoudend te blaffen totdat de geleider bij het slachtoffer is. De hond dient binnen een straal van 5 meter te blijven totdat de geleider bij het slachtoffer is.

BRINGSELEN

De hond dient het bringsel op te nemen en naar de geleider te brengen. Vervolgens dient de hond de geleider direct naar het slachtoffer te brengen.

LEEGVERWIJZEN

De geleider dient van te voren aan de begeleidende keurmeester duidelijk te maken welk gedrag van zijn hond als verwijzing dient te worden aan gemerkt, waarna de hond de geleider direct naar het slachtoffer dient te brengen.

Beoordeling inzetexamen

Als de geleider het gebied heeft vrijgegeven, levert hij/zij de kaart van het zoekgebied samen met de GPS en de portofoon in bij de C.P.

De gegevens van de GPS zullen ingelezen worden op de kaart van het zoekgebied.

Deze gegevens zullen samen met de beoordeling van de observator en de beoordeling van de C.P. meegewogen worden in de eindbeoordeling van het zoekteam voor de inzettest.

Het reddingshondenteam zal worden beoordeeld op de volgende punten:

  • Het vermogen van de geleider om een logisch en systematisch zoekplan op te stellen, waarbij wind en terrein in het voordeel van de hond werken.
  • Dat het team in staat is om het zoekplan daadwerkelijk praktijkgericht uit te voeren.
  • Slachtoffers in het gebied te vinden.
  • De interpretatie van de geleider van het lezen van de hond als hij geur heeft.
  • De verwijzing van de hond en het gedrag van de hond bij een eventueel slachtoffer.
  • Hoe gaat de hond om met afleidingen.
  • De geleider moet het gebied vrij geven en niemand mag er achter blijven.
  • Portofoon verkeer, kompasgebruik en de daadwerkelijke GPS-tracks.
  • De interactie tussen geleider en hond en de controle over de hond.
  • De uitrusting van de geleider.


Herhaling

Het inzetexamen is 3 jaar geldig. Na 2,5 jaar zal men een herhalingsexamen af moeten leggen. Slaagt men hiervoor niet, dan is men nog een half jaar inzetbaar, maar binnen dit halve jaar kan men nogmaals het herhalingsexamen doen. Als men daarvoor weer zakt vervalt de inzetbaarheid en zal men eerst opnieuw moeten slagen voor het reguliere inzetexamen.